Hogedrukgebied

Imke De Graaf • 20 mei 2026

Hogedrukgebied

Het zou niet gek zijn om af en toe ter afsluiting van het Acht Uur Journaal, net na de weersverwachting, een docent aan het woord te laten. Soms krijg je voor de klas het idee dat je een thermometer in de samenleving steekt. Hoe zitten we erbij? Hoe gaat het met ons?


Ik ben veel bezig met mentaal welbevinden van jongeren. Ik ken de cijfers, en ik zie meer kwetsbare leerlingen dan vroeger. Ik merk dat ouders anders reageren als hun kinderen teleurgesteld worden. En toch werd ik op dit vlak laatst een paar keer verrast.


Tijdens een mondeling Engels met het thema ‘Moral censorship’ stelde een leerling dat boeken met een ongemakkelijke inhoud niet verboden hoefden te worden, maar dat een disclaimer aan te raden was. Als voorbeeld vertelde ze, plots bijna in tranen, dat onlangs in de les het wereldnieuws besproken werd. Zelf meed ze negatieve berichten omdat ze haar van streek maakten, en ze had het heel vervelend gevonden dat ze er onaangekondigd mee geconfronteerd was.


In dezelfde week was ik als coördinator Internationalisering nauw betrokken bij de organisatie van de meerdaagse reizen. De afgelopen jaren stijgt het aantal berichten dat we voor aanvang en tijdens de reizen van ouders krijgen snel. We krijgen elk jaar meer annuleringsverzoeken om redenen die de tijdgeest weerspiegelen. ‘Teleurgesteld over indeling bij tweede keus’, ‘ruzie in vriendinnengroep’, ‘niet lekker in zijn vel’. Dit jaar kregen we voor het eerst (en meteen twee keer) de vraag of ouders in het hostel een aparte kamer konden bijboeken voor hun kind. Een rustige nacht en een eigen badkamer.


Ik zal nooit onderschatten hoe spannend zo’n reis kan zijn, hoe alleen je je kunt voelen als je vriendinnen je buitensluiten, hoe groot de behoefte aan rust is na een dag op je tenen. In de meeste gevallen begrijp ik de zorg van ouders. Bij mijn eigen kinderen vind ik de noodzakelijke groeipijn, ook nu ze volwassen zijn, nauwelijks te verdragen. Ik heb een hekel aan woorden als ‘snowflakes’ en opmerkingen als ‘ze kunnen ook nergens meer tegen tegenwoordig’. Jongeren van nu hebben het op veel vlakken moeilijker dan ik in de jaren ’80 en ‘90. De wereld is veranderd; hij is sneller, voller, meer in your face en de druk is voor iedereen voelbaar, ook voor volwassenen die al klaar zijn met hun huisje, boompje, beestje.


Volgens mij gaat mijn bedachte metafoor van het hogedrukgebied mank. Onze jongeren staan onder hoge druk en ik zie daar onstuimig weer bij. Ik weet dat dat niet klopt, dus hierbij mijn excuses aan mijn collega aardrijkskunde. Maar om even in de weermetafoor te blijven: ik zie de klimaatverandering in de klas. In de wereld, in de levens van onze jongeren, verandert veel en het verandert snel. De sfeer is grimmig en de toekomst onzeker. Je zou van minder omvergeblazen worden. Als docent merk je wat het huidige klimaat met de jeugd doet, in ander gedrag, in opmerkingen, in houding.


We hoeven niet met z’n allen ‘Code Rood! Code Rood’ te roepen. Jongeren zijn veerkrachtig en met de meeste van hen gaat het goed. Wel vraagt dit klimaat iets van ons, ouders en docenten. Aandacht hebben voor wat lastig is, eng, verdrietig, kan helpen. Een luisterend oor doet iedereen goed. Het maakt dan veel uit hoe je luistert. Wat je na het luisteren zegt of doet. Ik geloof niet dat we onze jongeren op lange termijn helpen door de donkere kanten van de wereld buiten het lokaal te houden, door de rode pen te vervangen door een groene, of nooit een negatieve beoordeling te geven.


Ik geloof dat leerlingen overeind kunnen blijven bij tegenwind, dat ze groeien, letterlijk volwassen worden, van een intensieve werkweek, een slecht cijfer na hard werken, gedoe in de vriendengroep, de eerste pogingen in de liefde. Ze kunnen dat, als ze even mogen zoeken op wat voor manier ze dat willen doen. Als wij op onze tanden kunnen bijten of op onze handen gaan zitten. Als we niet meteen gaan oplossen en helpen, maar laten zien dat we vertrouwen in ze hebben.


In de klas denk ik dat het helpt als we het af en toe ook over deze klimaatverandering hebben. Hoe kijk je naar de wereld en wat doet dat met jou? Wat doe jij als het je even teveel wordt en helpt dat je? Wat is jouw houvast als het stormt, wat zijn jouw waarden, bij wie kun jij schuilen? Dat kan in elke vakles waar de actualiteit aan bod komt, in een mentorles rondom LOB maar wat mij betreft liefst heel vaak tussen de bedrijven door. In losse opmerkingen of kleine gesprekken die laten zien: ‘Ik zie jou. Het valt niet mee, hè? Je doet het super goed. Iedereen moet soms even zoeken. Jij komt er wel.’



Dit delen:

door Imke De Graaf 13 december 2025
Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
door Imke De Graaf 23 september 2024
Op een familieweekend zag ik mijn dochters (20 en 22) ineens een heel andere versie van ‘Wie is het?’ spelen. Ze stelden elkaar vragen die niets met uiterlijk te maken hadden zoals ‘Eet deze persoon vaak een emmer kip van KFC?’ of ‘Heeft de jouwe een huis vol planten?’. Het gemak waarmee ze na elke ‘ja’ of ‘nee’ personen begonnen weg te klappen was hilarisch en tot mijn verbazing lukte het een paar keer de juiste persoon te kiezen. Zo niet, dan zaten ze er heel dichtbij en volgden uitroepen als ‘Natuurlijk zit zij niet bij een leesclub! Kijk dat haar!’ We stoppen mensen in hokjes, dichten ze eigenschappen, hobby’s, voorkeuren of overtuigingen toe op basis van hun uiterlijk. Dat is evolutionair zo bepaald. Het is heel nuttig, dat we dit kunnen. Zo zien we snel wie ‘onze mensen’ zijn en wie niet. Een juiste inschatting of iemand tot de veilige groep behoorde was in de prehistorie van levensbelang. Snel kunnen oordelen hielp ons overleven. Nu de groep, zeker na de komst van het internet, onoverzichtelijk groot geworden is, helpt het indelen van mensen ons de complexiteit van de wereld te beheersen. Het geeft een gevoel van orde en het vergemakkelijkt samenwerking en het opbouwen van relaties binnen onze eigen groep. We stoppen mensen in hokjes en dat geeft niks, zolang we ons ervan bewust zijn dat we dat doen. Dan kunnen we geregeld stilstaan bij onze aannames om meer te leren over de bril waarmee we kijken, om hem vervolgens af te zetten. Actief streven naar nuance, met nieuwsgierigheid als grondhouding. Het baart mij grote zorgen dat het identiteitsdenken in deze tijden van polarisatie onder jongeren aan kracht lijkt te winnen. De focus op gedeelde ervaringen of kenmerken binnen een groep, zoals ras, gender, religie of seksualiteit, kan belangrijk zijn voor een gemeenschappelijke strijd en er is veel om voor te strijden. Er is systemisch onrecht, elke dag sterven onschuldige mensen, het lijden is groot. Ik hou van betrokken jonge mensen die zich zorgen maken over het lijden van anderen en de toekomst van onze planeet en die willen vechten voor een betere wereld. Maar de manier waarop, met deze focus op één kenmerkend aspect, leidt er toe dat mensen gereduceerd worden tot die ene identiteit. Palestijn, Jood, boer, klimaatactivist, et cetera. De ‘wij’ of de ‘zij’. Verschillen worden uitvergroot en stereotyperingen en vooroordelen versterkt. Precies wat we niet nodig hebben. Op school ervaar ik dat, alle goede bedoelingen ten spijt, het prioriteren van diversiteit en inclusiviteit op de manier waarop dat de laatste jaren gebeurt niet bijdraagt aan meer begrip voor elkaar. De strijd voor maatschappelijke verandering en emancipatie van minderheden wordt te vaak ideologisch gevoerd. Ik zie leerlingen die bang zijn hun mening te geven, omdat het een 'verboden' mening kan zijn. Laatst twijfelde een leerling midden in zijn zin, toen hij het had over een 'bl...b...coloured man'. Bij een les over gendergelijkheid was de irritatie in de groep voelbaar. Niemand bleek aan gelijke kansen en keuzes voor man en vrouw te denken. Gender stond alleen voor genderidentiteit. Ik heb collega's die klachten krijgen over grapjes, via ouders en directie. Leerlingen groeien niet op in een vacuüm. En onze kinderen groeien nu op in een klimaat dat niet bevorderlijk is voor kritisch denken, voor een open houding en een uitgesteld oordeel. Walt Whitman zei het al in zijn Song of Myself in 1855, ver voor het spel 'Wie is het?' bestond: ‘I am not contained between my hat and my boots’ since ‘[in] all people I see myself’. We kunnen allemaal iets van onszelf in de ander, elke ander, herkennen. We hebben meer gemeen dan we van elkaar verschillen. En niemand van ons is te reduceren tot één aspect van zijn wezen. Als je mij vrouw noemt, of wit, of Nederlands, of docent, weet je niet wie ik ben. Al deze kenmerken zijn belangrijk voor wie ik geworden ben en hebben elke dag invloed op de bril waarmee ik mezelf en de wereld zie, maar ze vertellen niet mijn hele verhaal. Ik hou van quinoasalade en carnaval, van filosofie en B&B Vol Liefde, van achtbanen en de hei. De bekendste regel uit het gedicht van Whitman luidt ‘Do I contradict myself? Very well then I contradict myself, (I am large, I contain multitudes)’. Dat geldt voor iedereen en dat is prachtig. Het maakt nieuwsgierig. Hoop ik.
MEER BLOGS »