Hogedrukgebied
Hogedrukgebied
Het zou niet gek zijn om af en toe ter afsluiting van het Acht Uur Journaal, net na de weersverwachting, een docent aan het woord te laten. Soms krijg je voor de klas het idee dat je een thermometer in de samenleving steekt. Hoe zitten we erbij? Hoe gaat het met ons?
Ik ben veel bezig met mentaal welbevinden van jongeren. Ik ken de cijfers, en ik zie meer kwetsbare leerlingen dan vroeger. Ik merk dat ouders anders reageren als hun kinderen teleurgesteld worden. En toch werd ik op dit vlak laatst een paar keer verrast.
Tijdens een mondeling Engels met het thema ‘Moral censorship’ stelde een leerling dat boeken met een ongemakkelijke inhoud niet verboden hoefden te worden, maar dat een disclaimer aan te raden was. Als voorbeeld vertelde ze, plots bijna in tranen, dat onlangs in de les het wereldnieuws besproken werd. Zelf meed ze negatieve berichten omdat ze haar van streek maakten, en ze had het heel vervelend gevonden dat ze er onaangekondigd mee geconfronteerd was.
In dezelfde week was ik als coördinator Internationalisering nauw betrokken bij de organisatie van de meerdaagse reizen. De afgelopen jaren stijgt het aantal berichten dat we voor aanvang en tijdens de reizen van ouders krijgen snel. We krijgen elk jaar meer annuleringsverzoeken om redenen die de tijdgeest weerspiegelen. ‘Teleurgesteld over indeling bij tweede keus’, ‘ruzie in vriendinnengroep’, ‘niet lekker in zijn vel’. Dit jaar kregen we voor het eerst (en meteen twee keer) de vraag of ouders in het hostel een aparte kamer konden bijboeken voor hun kind. Een rustige nacht en een eigen badkamer.
Ik zal nooit onderschatten hoe spannend zo’n reis kan zijn, hoe alleen je je kunt voelen als je vriendinnen je buitensluiten, hoe groot de behoefte aan rust is na een dag op je tenen. In de meeste gevallen begrijp ik de zorg van ouders. Bij mijn eigen kinderen vind ik de noodzakelijke groeipijn, ook nu ze volwassen zijn, nauwelijks te verdragen. Ik heb een hekel aan woorden als ‘snowflakes’ en opmerkingen als ‘ze kunnen ook nergens meer tegen tegenwoordig’. Jongeren van nu hebben het op veel vlakken moeilijker dan ik in de jaren ’80 en ‘90. De wereld is veranderd; hij is sneller, voller, meer in your face en de druk is voor iedereen voelbaar, ook voor volwassenen die al klaar zijn met hun huisje, boompje, beestje.
Volgens mij gaat mijn bedachte metafoor van het hogedrukgebied mank. Onze jongeren staan onder hoge druk en ik zie daar onstuimig weer bij. Ik weet dat dat niet klopt, dus hierbij mijn excuses aan mijn collega aardrijkskunde. Maar om even in de weermetafoor te blijven: ik zie de klimaatverandering in de klas. In de wereld, in de levens van onze jongeren, verandert veel en het verandert snel. De sfeer is grimmig en de toekomst onzeker. Je zou van minder omvergeblazen worden. Als docent merk je wat het huidige klimaat met de jeugd doet, in ander gedrag, in opmerkingen, in houding.
We hoeven niet met z’n allen ‘Code Rood! Code Rood’ te roepen. Jongeren zijn veerkrachtig en met de meeste van hen gaat het goed. Wel vraagt dit klimaat iets van ons, ouders en docenten. Aandacht hebben voor wat lastig is, eng, verdrietig, kan helpen. Een luisterend oor doet iedereen goed. Het maakt dan veel uit hoe je luistert. Wat je na het luisteren zegt of doet. Ik geloof niet dat we onze jongeren op lange termijn helpen door de donkere kanten van de wereld buiten het lokaal te houden, door de rode pen te vervangen door een groene, of nooit een negatieve beoordeling te geven.
Ik geloof dat leerlingen overeind kunnen blijven bij tegenwind, dat ze groeien, letterlijk volwassen worden, van een intensieve werkweek, een slecht cijfer na hard werken, gedoe in de vriendengroep, de eerste pogingen in de liefde. Ze kunnen dat, als ze even mogen zoeken op wat voor manier ze dat willen doen. Als wij op onze tanden kunnen bijten of op onze handen gaan zitten. Als we niet meteen gaan oplossen en helpen, maar laten zien dat we vertrouwen in ze hebben.
In de klas denk ik dat het helpt als we het af en toe ook over deze klimaatverandering hebben. Hoe kijk je naar de wereld en wat doet dat met jou? Wat doe jij als het je even teveel wordt en helpt dat je? Wat is jouw houvast als het stormt, wat zijn jouw waarden, bij wie kun jij schuilen? Dat kan in elke vakles waar de actualiteit aan bod komt, in een mentorles rondom LOB maar wat mij betreft liefst heel vaak tussen de bedrijven door. In losse opmerkingen of kleine gesprekken die laten zien: ‘Ik zie jou. Het valt niet mee, hè? Je doet het super goed. Iedereen moet soms even zoeken. Jij komt er wel.’
Dit delen:

