Een afscheid

Imke De Graaf • 30 september 2023

Vorige week, op weg naar school, zag ik een regenboog. Een belachelijk mooie, zo scherp alsof hij getekend was door een ijverige achtjarige met stiften. Ik riep ‘nee!’ tegen elk stoplicht dat op groen sprong omdat ik wilde blijven staan om te kijken. De foto doet hem geen recht; het was echt een cadeau, mijn dag was goed.


Deze week rijd ik anders naar school. Elke dag voelt zwaar. Er mist iemand. Eén leerling is er niet meer sinds afgelopen weekend. Hij wilde geen nieuwe week meer beginnen. Er is zoveel verdriet in de school. Ik zie huilende leerlingen, en hele stille. Ze staan bij elkaar of staren naar hun scherm. Ze schrijven een boek vol met herinneringen, hun foto’s vullen een wand in een lokaal met kaarsjes en zijn foto.



Ik kende de leerling nauwelijks, maar leer hem nu kennen. Door hem gemaakte en uitvergrote foto’s van bloemen en paddenstoelen laten zien dat hij oog had voor al het moois in de wereld, ook de kleine dingen. In de verhalen van zijn vrienden lees ik hoeveel aandacht hij voor hen had, altijd lief en belangstellend. Op het prikbord staat hij lachend tussen de mensen die van hem hielden, de armen om elkaar heen. Ondanks de pijn een prachtig eerbetoon.


Een regenboog kan pas verschijnen als er regen en zon zijn. Wat ik deze week op school zag, was even bijzonder, en alleen maar mogelijk in de combinatie van pijn en verbondenheid. Onze leerlingen hielpen elkaar, collega’s steunden elkaar. Er waren vragen en knuffels en potten thee. Er was aandacht. We doen het samen. Ik weet niet of het juist deze leerling was, die dit kon oproepen, of ieders verslagenheid. Een regenboog heeft de vorm van een brug. Ik hoop dat we, naast het gemis, dit gevoel van saamhorigheid kunnen vasthouden, zodat we elkaar blijven helpen. We zullen je niet vergeten, bruggenbouwer.


Dit delen:

door Imke De Graaf 20 mei 2026
Hogedrukgebied
door Imke De Graaf 13 december 2025
Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
MEER BLOGS »