Uitgroei
Imke De Graaf • 24 februari 2019
Bij de kapper kwam ik een oude bekende tegen. Zij met een hoofd vol folies en ik met een uitgroei waar je U tegen zegt. (Allemaal hoofdletters geven een beter beeld van de situatie: UITGROEI!)
Een jaar of vijf geleden zagen we elkaar dagelijks op het schoolplein, maar ook zonder de pakweg 1000 updates die ik gemist had kostte het geen enkele moeite de draad weer op te pakken. Allebei drie kinderen van nagenoeg dezelfde leeftijd betekent levens die min of meer synchroon verlopen. Dus bij haar ging het nu ook steeds over het profielwerkstuk, studiekeuzes en wel of niet een tussenjaar.
Ik had blijkbaar wat kapselexperimenten gemist die mogelijk op een milde midlife-hobbel duidden en zij had mijn oudste dochter niet zien veranderen in een jongedame met make-up en een mening, waardoor ze haar laatst niet direct had herkend toen ze elkaar tegenkwamen. Mijn dochter vond dat raar; ze heeft geen idee hoe ze veranderd is. Ik mis haar gezicht met haar eigen wenkbrauwen, met niks erop, en tegelijkertijd ben ik zo trots op wie er nu staat. Als ik zie wat ze schrijft voor haar beschouwing voor Nederlands (‘maar dat zijn…goede argumenten!’), hoe ze haar eigen toneelstuk regisseert (‘Wie ís dit?!’), hoe ze school, werk, vrienden combineert…kortom, hoe haar leven een vlucht neemt. Je kunt er alleen maar naar kijken, je adem inhouden, huilen en juichen: daar gaan ze!
Het ritme van de basisschool, met het aandoenlijke en volkomen onpraktische ‘tussen-de-middag’ dat ik nog ken uit mijn jeugd liet ik graag achter me toen de jongste naar de brugklas ging. Ik kijk er nu op terug als heerlijk duidelijk en geruststellend. Die hele basisschoolperiode is een kabbelend beekje vergeleken bij de woeste stroomversnelling van de middelbare school. Mijn kinderen kunnen gelukkig goed zwemmen; het is vooral hun moeder die af en toe lucht moet happen.
Ach ja, en dan is het gewoon fijn om te horen dat het achter andere voordeuren hetzelfde is. Dezelfde vragen, dezelfde zorgen, vrees en trots in een gekke mix. De kinderen worden groter en wij worden grijzer. Gelukkig is er de kapper.
Dit delen:

Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
