ACT en de kanaalgraver

Imke De Graaf • 21 juni 2019
Een van de leuke dingen van ACT-therapeut zijn is dat je veel met metaforen werkt en dat je zelf, net als je cliënten, de hele dag door om je oren geslagen wordt met de grillen van het leven en dus non-stop moet blijven dooroefenen. Practise what you preach, en dat de klok rond. Voor je het weet plopt er dan weer een metafoor op.

Zo kwam ik er recentelijk achter dat ik een typische kanaalgraver ben. Een kanaalgraver is iemand voor wie ‘go with the flow’ van nature een no-go is. Iemand die liever een rechte lijn trekt richting het eindpunt en daar dan in grote passen naar toe beent. Of op het water: Iemand die de bochten in de rivier storend vindt omdat ze het zicht op het doel ontnemen en de voorkeur geeft aan een kanaal. Lekker duidelijk. Rechte lijn, geen stroming, je bepaalt dus zelf je snelheid en die is uiteraard volle kracht vooruit. Geen getrut met een kano of een roeiboot, dobberen is tijdverlies.

Toen ik een aantal jaren geleden naast mijn baan in het onderwijs een eigen praktijk begon bleek de weg er naartoe een zeer bochtige rivier. Ik weet niet waar ik in zat, maar het was geen speedboot. Een opblaasbootje, misschien? Ik kwam niet vooruit, dat weet ik wel. Het was alsof mijn bootje constant vastliep. Ik peddelde en peddelde en mijn bootje tolde, en dat was het wel zo’n beetje. Maar zo zat ik niet in elkaar! Hup, die boot uit en graven! Al moest ik al die bochten eigenhandig weghakken, ik moest en zou vooruitkomen en mijn doel bereiken. Een kanaal graven, dat is niet niks, en het lukte dan ook niet. Op een gegeven moment ging ik, moe van het graven, maar weer in mijn bootje zitten. Ik kon niet meer bedenken wat ik nog moest doen, dus ik deed maar even niks. En zie! Pas toen ik ophield met mijn hysterische gehak en niet meer krampachtig probeerde een rechte lijn vast te houden gebeurde er iets. De rivier nam mij mee.

Ik zie in mijn praktijk heel veel kanaalgravers. Mensen komen omdat ze een probleem ervaren en willen liefst van mij de speedboot krijgen. Een kant-en-klare oplossing. Maar veranderingen hebben tijd nodig. Zelfgekozen en ongewenste veranderingen. Of je nu, zoals ik, iets nieuws en spannends gaat doen of je leven probeert op te pakken na een groot verlies. Wennen aan een nieuwe rol of situatie is een proces dat met horten en stoten gaat, soms even helemaal niet gaat en dan ineens weer wel. Het is als varen over een rivier met bochten en onverwachte stroomversnellingen. De bochten zijn er, en misschien zijn ze ook wel nodig om ons een beetje af te remmen. Af en toe even verplicht dobberen. Even bijkomen en uitrusten. Achteromkijken, je opnieuw oriënteren, om je heen kijken, je peddels weer goed vastgrijpen. Allemaal dingen waar je geen tijd voor hebt als je je probeert staande te houden in een steigerende motorboot.

Mijn advies aan mezelf en aan mijn mede-kanaalgravers: als je vastloopt en je voelt de neiging opkomen om als een malloot aan te vallen op je omgeving (riet wegkappen, rotsblokken verplaatsen, bochten afgraven, alle obstakels MOETEN! NU! WEG!) ga dan in je bootje zitten en doe niks. Kijk naar waar je vandaan komt en loop in je hoofd nog eens na wat je onderweg hebt meegemaakt. Ben even stil om te voelen wat het met je gedaan heeft. Wacht af. Wat gebeurt er als jij niks doet? Kijk naar je peddels en bedenk waar je je aan vast wilt houden voor je verder gaat. Hoe wil je varen? Ik koos voor de peddels ‘geduld’ en ‘mild voor mezelf’. Dat was een stap hoor, met de hakbijl nog in mijn hand.

Soms is het ‘moeten’ loslaten genoeg om voor beweging te zorgen. Soms zie je al dobberend ineens hulp op de kant staan. Soms baal je nog steeds als een stekker dat je stilligt, maar voel je wel dat je lichaam die rust nodig had. Ondertussen blijft de rivier geruststellend stromen.

Ik kan je zeggen, zo’n rivier…dat is mooi! En dat dobberen…daar kan ik misschien ook wel aan wennen.

Dit delen:

door Imke De Graaf 20 mei 2026
Hogedrukgebied
door Imke De Graaf 13 december 2025
Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
MEER BLOGS »