ACT en de moeder die het goed bedoelde
Imke De Graaf • 5 april 2018
Ik ben fan van ACT. ACT, Acceptance and Commitment Therapy, is een variant van cognitieve gedragstherapie die mensen leert hun negatieve gedachten en gevoelens toe te laten, zonder hun gedrag er door te laten bepalen. Met andere woorden, je kunt iets eng vinden en het toch doen. Je kunt richting geven aan je eigen leven, al piept een onzeker stemmetje in je hoofd ‘dit lukt nooit! Ze vinden je vast raar!’.
Onderstaand verhaaltje gebruik ik wel eens als ik met jongeren praat over hun drukke hoofd dat ze onophoudelijk plaagt met allerlei gedachten over hoe ze zouden moeten zijn en doen. Mijn bedoeling met het verhaaltje is om jongeren te laten zien dat dat stemmetje niet de vijand is en niet bestreden hoeft te worden. We kennen het allemaal. Het is het stemmetje van een goedbedoelende, soms niet al te handige ‘adviseur’ die ons probeert te behoeden voor gevaar.
Er was eens een vrouw die zwanger was van een jongetje. Ze liep op straat te genieten van het mooie weer en het getrappel in haar buik toen ze opeens iets heel ergs zag gebeuren. Ze schrok verschrikkelijk en rende overstuur naar huis. In de maanden die volgden kon ze het voorval maar moeilijk loslaten. Ze dacht de hele tijd aan het baby’tje in haar buik. Als hem maar nooit zoiets zou overkomen! Ze nam zich voor er alles aan te doen om haar zoontje te beschermen. Het jongetje werd geboren en was een vrolijk kind. Hij woonde met zijn moeder in hun veilige huis en was gelukkig. Toen hij wat ouder werd wilde hij naar buiten. ‘Nee, dat kan niet’, zei zijn moeder, ‘je bent te klein’. Hij speelde vrolijk verder en werd groter. Er kwamen kinderen aan de deur om hem te vragen mee te spelen. Hij keek hoopvol naar zijn moeder. ‘Nee, dat kan niet’, zei ze, ‘buiten is het te gevaarlijk’. Het jongetje groeide op en zat soms voor het raam. ‘Hier binnen ben je veilig’, zei zijn moeder, ‘om naar buiten te gaan moet je veel groter en sterker zijn. Daar is het veel te gevaarlijk voor jou. Je bent niet sterk genoeg.’ Op een dag was de moeder van het jongetje boodschappen doen. Ze was vergeten de deur dicht te doen. Hij stond voor de open deur en keek naar buiten. Met bonkend hart sloot hij de deur en draaide hem op slot.
Wat vind je van de moeder? vraag ik de jongeren dan. Wat zou je tegen het jongetje willen zeggen? En: houdt de moeder van het jongetje? Werkt haar aanpak?
De antwoorden zijn altijd hetzelfde en helpen de houding te bepalen die ik ze graag help aannemen ten opzichte van hun eigen angsten en onzekerheden. De moeder bedoelt het goed, maar helpt het jongetje niet. Wat ze ook gezien heeft, de wereld is niet alleen maar slecht en iedereen gunt het jongetje ook een leven buiten.
Ieder van ons heeft dingen meegemaakt. Dingen waar we van schrokken of die ons verdrietig of onzeker maakten. Onze interne adviseur heeft dat allemaal gezien en probeert ons te beschermen door vergelijkbare situaties te vermijden. Dat pakt hij af en toe een beetje klunzig aan. Ben je ooit uitgelachen tijdens een spreekbeurt, dan roept onze adviseur zo gauw je in de klas een beurt krijgt al ‘ze gaan je uitlachen!’ Om je maar vast te waarschuwen voor wat er kan komen. Een onvoldoende gehaald terwijl je goed geleerd had? ‘Jij kunt geen wiskunde’. Om teleurstelling voor te zijn. Heb je ooit een steek van jaloezie gevoeld omdat iedereen lachte om een grappige klasgenoot? Dan roept de adviseur de hele dag ‘zeg ‘ns wat! Doe ‘ns wat leuker!’ Zo probeert hij ons te helpen. ‘Je moet meer zus! Je moet zeker nooit meer zo!’
Vaak is het helemaal niet duidelijk waarom hij roept wat hij roept. En dat doet er ook niet toe. Hij bedoelt het goed, zoals de moeder in het verhaaltje. Maar hij kletst een hoop onzin. Ik probeer de jongeren met wie ik werk, en mezelf (!) te leren dat je je adviseur af en toe vriendelijk kunt bedanken voor de tip, maar het advies mag negeren. Naar buiten, de wereld in.
Dit delen:

Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
