Gewoon: een eerbetoon
Imke De Graaf • 19 november 2018
Dankbaarheid is het nieuwe chiazaad. Wat het voor je lijf doet weet ik niet, maar als ik de gemiddelde zelfhulpgoeroe moet geloven doet het wonderen voor je geestelijke gezondheid. Innerlijke veerkracht. Balans. Rust. Ik geloof het ook nog. Voor mij geen verplicht schriftje om elke avond in op te schrijven waar ik dankbaar voor ben. Met elk jaar dat ik ouder word, wordt de wereld mooier en worden mijn wensen kleiner. Een midlife crisis is niet aan mij besteed. Ik denk niet ‘is dit alles?’ maar steeds meer ‘dit is alles’. En ik krijg het daar niet benauwd van. Voelt wel goed eigenlijk.
Toen ik 8 was, waren ‘dank u voor deze nieuwe morgen / dank u voor deze nieuwe dag’ de enige zinnen in de kerk die geen vragen opriepen. Ze horen bij een gevoel dat iedereen kent. Als kind had ik er een naar-buiten-zonder-jas-gevoel bij, de belofte van het begin van de zomer. Of juist van die eerste keer dat je in de winter wakker werd in een witte wereld. ‘Nieuw’ als in spannend, fris, onbekend. Een dag die klaar lag om bestormd te worden. Nu word ik stil van een ander soort nieuw. ‘Nieuw’ is nu ‘nog een’, ‘weer een keer’. Nieuw is nu wakker worden met dezelfde mensen, weten dat er weer een kans ligt om goed te maken wat je kapot gesnauwd hebt, om bij te komen na een te volle dag. Het is de belofte van het bekende geworden. Lukte het gisteren niet om de moeder, dochter, vrouw te zijn die je wilde zijn, dan misschien nu wel. En zo niet, dan is het ook goed. We kennen elkaar al langer dan vandaag.
Als je een keer goed geschrokken bent, is de veiligheid van alles wat vanzelfsprekend is het mooiste wat er is
Als je een keer goed geschrokken bent, is de veiligheid van alles wat vanzelfsprekend is het mooiste wat er is. So what, de wasmand puilt uit, de tuin is een gruwel en je hebt nog steeds niet overal plinten? Dit huis is een thuis, met alle lading die dat woord heeft. Hier worden elke dag herinneringen gemaakt, hier hebben we onze eigen oude koeien. Hier is het elke dag Gewoon. Als we aan tafel gaan, schuift iedereen als vanzelf op zijn eigen plek, en in zijn eigen rol, van Opschepper, Spraakwaterval, Aanklager, Culinair Recensent of Grote Zwijger. Als iemand afwijkt, kijkt iedereen verrast op. Zelfs de dagelijkse ergernissen hebben iets van een ritueel: als mijn man de vaatwasser uitruimt klinkt het alsof hij de ene na de andere gietijzeren wok in de pannenla gooit. Onze kinderen en ik stoppen onze vingers in onze oren, mopperen (‘Pa-ap!! / Schat! Alsjeblieft!’), kijken elkaar al oogrollend veelbetekenend aan, en gaan weer verder met wat we aan het doen waren.
Mijn vader stierf, en drie deuren verder werd een meisje geboren. De bomen verliezen hun blaadjes, mijn dochter wordt verliefd. Ik weet, zo ongeveer op de helft (ik hoop dat ik nog even heb), dat het leven hard is en eindig, en soms verschrikkelijk wreed. En dat ik van niks weet, en mijn kinderen nog minder. Met dit leven, in dit land, in ons gezin, elke dag ondergedompeld in vertrouwen. Dat maakt me heel dankbaar. Ik vertel ze: ‘Investeer in wat mee de kist in kan. Dat is het enige dat telt’. En gelukkig is dat geen loze kreet uit een goedbedoeld boekje, maar iets wat ik steeds beter echt kan voelen. Gewoon dit, beetje samen ploeteren met mijn man, mijn kinderen, lieve vrienden. Ups-and-downs delen, van herfst naar lente en weer terug. Mijn kist zit straks propvol alledaags geluk.
Dit delen:

Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.

Op een familieweekend zag ik mijn dochters (20 en 22) ineens een heel andere versie van ‘Wie is het?’ spelen. Ze stelden elkaar vragen die niets met uiterlijk te maken hadden zoals ‘Eet deze persoon vaak een emmer kip van KFC?’ of ‘Heeft de jouwe een huis vol planten?’. Het gemak waarmee ze na elke ‘ja’ of ‘nee’ personen begonnen weg te klappen was hilarisch en tot mijn verbazing lukte het een paar keer de juiste persoon te kiezen. Zo niet, dan zaten ze er heel dichtbij en volgden uitroepen als ‘Natuurlijk zit zij niet bij een leesclub! Kijk dat haar!’ We stoppen mensen in hokjes, dichten ze eigenschappen, hobby’s, voorkeuren of overtuigingen toe op basis van hun uiterlijk. Dat is evolutionair zo bepaald. Het is heel nuttig, dat we dit kunnen. Zo zien we snel wie ‘onze mensen’ zijn en wie niet. Een juiste inschatting of iemand tot de veilige groep behoorde was in de prehistorie van levensbelang. Snel kunnen oordelen hielp ons overleven. Nu de groep, zeker na de komst van het internet, onoverzichtelijk groot geworden is, helpt het indelen van mensen ons de complexiteit van de wereld te beheersen. Het geeft een gevoel van orde en het vergemakkelijkt samenwerking en het opbouwen van relaties binnen onze eigen groep. We stoppen mensen in hokjes en dat geeft niks, zolang we ons ervan bewust zijn dat we dat doen. Dan kunnen we geregeld stilstaan bij onze aannames om meer te leren over de bril waarmee we kijken, om hem vervolgens af te zetten. Actief streven naar nuance, met nieuwsgierigheid als grondhouding. Het baart mij grote zorgen dat het identiteitsdenken in deze tijden van polarisatie onder jongeren aan kracht lijkt te winnen. De focus op gedeelde ervaringen of kenmerken binnen een groep, zoals ras, gender, religie of seksualiteit, kan belangrijk zijn voor een gemeenschappelijke strijd en er is veel om voor te strijden. Er is systemisch onrecht, elke dag sterven onschuldige mensen, het lijden is groot. Ik hou van betrokken jonge mensen die zich zorgen maken over het lijden van anderen en de toekomst van onze planeet en die willen vechten voor een betere wereld. Maar de manier waarop, met deze focus op één kenmerkend aspect, leidt er toe dat mensen gereduceerd worden tot die ene identiteit. Palestijn, Jood, boer, klimaatactivist, et cetera. De ‘wij’ of de ‘zij’. Verschillen worden uitvergroot en stereotyperingen en vooroordelen versterkt. Precies wat we niet nodig hebben. Op school ervaar ik dat, alle goede bedoelingen ten spijt, het prioriteren van diversiteit en inclusiviteit op de manier waarop dat de laatste jaren gebeurt niet bijdraagt aan meer begrip voor elkaar. De strijd voor maatschappelijke verandering en emancipatie van minderheden wordt te vaak ideologisch gevoerd. Ik zie leerlingen die bang zijn hun mening te geven, omdat het een 'verboden' mening kan zijn. Laatst twijfelde een leerling midden in zijn zin, toen hij het had over een 'bl...b...coloured man'. Bij een les over gendergelijkheid was de irritatie in de groep voelbaar. Niemand bleek aan gelijke kansen en keuzes voor man en vrouw te denken. Gender stond alleen voor genderidentiteit. Ik heb collega's die klachten krijgen over grapjes, via ouders en directie. Leerlingen groeien niet op in een vacuüm. En onze kinderen groeien nu op in een klimaat dat niet bevorderlijk is voor kritisch denken, voor een open houding en een uitgesteld oordeel. Walt Whitman zei het al in zijn Song of Myself in 1855, ver voor het spel 'Wie is het?' bestond: ‘I am not contained between my hat and my boots’ since ‘[in] all people I see myself’. We kunnen allemaal iets van onszelf in de ander, elke ander, herkennen. We hebben meer gemeen dan we van elkaar verschillen. En niemand van ons is te reduceren tot één aspect van zijn wezen. Als je mij vrouw noemt, of wit, of Nederlands, of docent, weet je niet wie ik ben. Al deze kenmerken zijn belangrijk voor wie ik geworden ben en hebben elke dag invloed op de bril waarmee ik mezelf en de wereld zie, maar ze vertellen niet mijn hele verhaal. Ik hou van quinoasalade en carnaval, van filosofie en B&B Vol Liefde, van achtbanen en de hei. De bekendste regel uit het gedicht van Whitman luidt ‘Do I contradict myself? Very well then I contradict myself, (I am large, I contain multitudes)’. Dat geldt voor iedereen en dat is prachtig. Het maakt nieuwsgierig. Hoop ik.