Ouder

Imke De Graaf • 22 december 2018
Mijn peettante overleed, kort na mijn vader, en zo zat ik te snel weer in een uitvaartdienst. Niet helemaal vooraan deze keer, maar op rij vijf of zes, achter mijn neven en nichten. Zelfs van de achterkant leken mijn drie oudste neven sprekend op elkaar; op hun kale koppen ontbrak alleen een stempel. Een andere neef, die ik niet meer gezien had sinds zijn communie, kwam ineens binnen met een grijze lok. En een achterneefje van wie ik heus wel wist dat hij bestond, maar van wie ik naast zijn naam niets wist, bleek twee koppen groter dan ik. De dienst was mooi, ik herkende mijn tante in de teksten en in haar kinderen en ik dacht aan mijn vader.

Na afloop bij de koffietafel praatten we bij, mijn neven en nichten, mijn zussen en ik. Het leek of we elkaar voor het eerst ontmoetten. De helft van ons zonder ouders, de anderen met zorgen: mijn vader was de jongste en met zijn nog levende broers en zus ging het niet goed. Het was zo overduidelijk, waar wij (ineens) stonden. Met aan de ene kant de generatie van mijn vader, broos en klein, en aan de andere kant onze kinderen, verlegen, knap, blakend van leven. Onze ronde in de estafette.

Ik vind het mooi dat in het Nederlands het woord ‘ouder’ de dubbele betekenis heeft die het heeft. Dat ouder worden (bijvoeglijk naamwoord) ook inhoudt dat je ouder wordt (zelfstandig naamwoord). Misschien niet letterlijk, als je geen kinderen krijgt, maar ook dan: je leert van het leven en als je je les geleerd hebt, dan geef je die door aan de volgende generatie. Dan geef je iets terug, in wat voor vorm dan ook. Door te leven op jouw manier laat je zien wat jij geleerd hebt over wat belangrijk is. Bij die koffietafel dachten we daar allemaal hetzelfde over. Familie doet ertoe. Iets van ons gedeelde stukje geschiedenis levend houden, als eerbetoon aan onze ouders of als houvast voor onszelf.

Misschien is het wel de tijd van het jaar, die maakt dat ik dit zo sterk voelde. Het einde van iets en het begin van iets anders. Het terugblikken en voornemens maken. Of het komt doordat ik voor het eerst kerstmis vier zonder ouders, maar met het vriendje van mijn dochter. Ik krijg een beetje de neiging om te roepen ‘Oké, ik vat ‘m hoor! Je hoeft het er niet zo dik bovenop te leggen! Ik word ouder, ik weet het!’ Maar ja, tegen wie?

Wat te doen? Je begint een nieuwe app-groep, met al je neven en nichten met wie je als kind nauwelijks contact had. En je plant een barbecue in de zomer, met alle kinderen erbij. Je denkt na over het stokje dat je wil doorgeven. En dan is het tijd voor champagne.

Dit delen:

door Imke De Graaf 20 mei 2026
Hogedrukgebied
door Imke De Graaf 13 december 2025
Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
MEER BLOGS »