Wortels en vleugels
Imke De Graaf • 18 januari 2021
Over de pijn van loslaten
Er zijn allerlei community’s, met eigen gebruiken, regels en bewegingspatronen. Meestal heb je er geen weet van tot je ineens, onbewust, blijkt te zijn toegetreden.
- Toen ik voor het eerst moeder werd, ontdekte ik de community van ouders-van-baby’s, die allemaal om half tien in de supermarkt of de drogist liepen, even snel een ommetje voor de fruithap.
- Toen een collega mij vertelde over zijn nieuwe hobby geocachen en ik, nieuwsgierig geworden, het bos voor mijn huis indook, stond ik ineens met meerdere (!) paren senioren tussen de boomwortels te graaien naar een schat. Ik had nog nooit van dit tijdverdrijf gehoord, maar deze mensen vertelden mij enthousiast over de caches in mijn wijk en lieten me een wereldkaart vol verstopte schatten zien. Er blijkt een parallel universum te bestaan waarin mensen op de raarste plekken Happy Meal-poppetjes verbergen met logboeken erbij.
- Er is een community van ouders die elkaar kennen van de basisschool van hun kinderen. Schoolpleinouders praten niet altijd met elkaar. Ze communiceren doeltreffend met blikken. De blikken staan voor alle gradaties van ‘Wat een gedoe, hè?’ en drukken een enorm scala aan emoties uit, van ontroering tot uitputting. Er is een blik voor ‘Och, hij is zijn drinkbeker weer eens vergeten’, een voor ‘Nou, dat wordt weer een gezellige middag, aan haar gezicht te zien!’ en een snel reeksje voor ‘Bij jou? Ja, is goed, uurtje of vijf? Oké, prima, tot straks en bedankt!’
Nu blijk ik plots lid van een groep waar ik niet bij wil horen. Of op zijn minst nog niet. Ik merkte het afgelopen week. In het bos kwam ik de ouders van een vriendin van mijn oudste dochter tegen. Na wat ‘raar jaar’-Coronapraat vertelden ze hoe hun dochter haar draai gevonden had in Amsterdam. Het ging geweldig en gelukkig kwam ze nog best vaak naar huis. Even verderop botste ik op een schoolpleinvader, van de subgroep van mijn zoon. Wie studeerde wat en in welk jaar zaten ze, P gehaald, stageplekken gevonden? Ze waren net verhuisd naar de overkant van de straat, een woning met een andere indeling, ‘nu ze boven minder ruimte nodig hadden’. Weet je wat, sla me anders gewoon meteen in mijn gezicht. Ik zit er dus bijna in, in de community van ouders-zonder-thuiswonende-kinderen. Men praat tegen me alsof ik al door de selectie ben. Een zoon zoekt in Eindhoven, een dochter polst vast vage bekenden voor een kamer in Utrecht, en nummer drie heeft nog anderhalf jaar middelbaar te gaan ‘maar -sorry hoor, niet lullig bedoeld- ik denk wel dat ik dan ook meteen weg wil als ik hier alleen met jullie zit’.
En wat doet moeder, de ACT-therapeut? Ze probeert alle gevoelens die bij dit proces horen er te ‘laten zijn’. Bovenal, en overheersend: liefde, trots, dankbaarheid en ontroering bij het zien van haar kinderen, die grote mensen, met wensen en talenten, en een verlangen naar de toekomst. En ook, op sommige momenten fel en pijnlijk: angst voor de leegte, voor het gemis dat gaat komen, voor hen, zonder de bescherming van thuis. Twijfels: was het genoeg? Zijn ze er klaar voor? Komen ze wel, als ze ons nodig hebben? Ze probeert elke dag haar hardnekkige neigingen te onderdrukken. Niet preken, niet ongevraagd helpen, niet helicopteren. En als ze het toch doet, elke dag weer, probeert ze mild te zijn voor zichzelf. Hé, je merkt het op, dat is al heel wat.
Ze spreekt zichzelf moed in. Wortels en vleugels. Wortels en vleugels. Wortels hebben we ze gegeven, een basis van liefde waar ik nooit aan twijfel. De vleugels ook, want ons vertrouwen in hun kracht en mogelijkheden hebben ze overgenomen en zien we elke dag groeien. Nou laat ze gaan dan moeder. Laat los.
Dit delen:

Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
