De mooiste baan
Imke De Graaf • 13 oktober 2019
Wat het onderwijs nodig heeft om nieuwe docenten te werven, naast een lagere werkdruk en hogere salarissen, zijn verhalen van mensen voor de klas. Dus. Wie, buiten het onderwijs, doet me dit na, als antwoord op de vraag: hoe was het op je werk deze week?
Even kijken…in 4 vwo bij ckv (Culturele en Kunstzinnige Vorming) heb ik cameravoering behandeld. Ik heb de leerlingen naar buiten gestuurd om een filmpje te maken met minstens drie verschillende camerabewegingen en – standpunten erin. Eén leerling trekt voor zijn filmpjes altijd een monnikspij aan (ligt klaar in zijn kluisje) dus ik heb me rot gelachen om de reacties van medeleerlingen op een rondrennende monnik. In 6 vwo bij Engels ging het over de romantiek en heb ik Blake en Wordsworth gelezen. In mijn mentoruur heb ik het met leerlingen gehad over wat ze leuk vonden aan zichzelf. De volgende dag ontdekte ik in mijn klassen een 15-jarige schrijver en een geboren acteur.
Toen kwam er een heel verdrietig bericht: een leerling had suïcide gepleegd. Als vertrouwenspersoon ben ik nauw betrokken geweest bij alles wat dan op een school nodig is. Ik heb vriendinnen uit de klas gehaald om het te vertellen en met hun ouders gebeld. In de speciaal ingerichte ruimte heb ik in de dagen daarna de liefste en dapperste vriendengroep gezien, jongens en meisjes die allemaal op hun eigen manier en toch samen omgingen met dit verlies. Leerlingen hebben gepraat en gezwegen en gehuild. Soms met mij en soms zat ik er gewoon bij. We hebben de vlag halfstok gehangen en na de uitvaart het speciale lokaal weer ingericht voor lessen.
Het was geen gewone week, en toch laat dit voorbeeld zien wat zo mooi is aan werken in het onderwijs. Alles komt voorbij, de kleine en de grote dingen. De lach en de traan. De grootste onzin en de zin van het leven. Ik weet niet of ik persoonlijk in deze week iets gedaan of gezegd heb waar iemand iets aan had, maar ik weet zeker dat we met z’n allen een mooi afscheid hebben vormgegeven. Ik weet dat de vrienden van de overleden leerling gevoeld hebben dat er aandacht voor ze was, en dat ze onderdeel uitmaakten van iets groters dat steun gaf. Het deed ertoe, wat we deden.
Dit delen:

Jaren geleden werd ik heel ziek tijdens een droomvakantie naar Madagaskar. Als ik daaraan terugdenk zie ik de allerliefste piepjonge en beeldschone, in roze gestoken verpleegstertjes boven mijn bed zweven en voel ik de angst. Wat me het meest is bijgebleven van mijn terugreis naar Nederland is het gevoel van de gladde wegen in de taxi van het vliegveld naar huis. Het stond voor veiligheid, zekerheid, en het vertrouwen dat het weer goed zou komen. Thuis, Nederland, waar alles geregeld is. Ik had nooit eerder zo’n diep gevoel van dankbaarheid ervaren voor de staat van onze infrastructuur. Ik wil maar zeggen: soms gebeurt er iets waardoor je alles anders gaat bekijken en ineens heel blij bent met iets dat er altijd al was. Omdat een mens, of in ieder geval ik, dit soort waardevolle lessen snel vergeet, geeft het leven je meerdere kansen om te leren. Afgelopen zomer stond weer een droomvakantie gepland. Ik had een sabbatical genomen van begin schooljaar tot kerst en met de zomervakantie erbij konden mijn man en ik een half jaar reizen. Het afscheidsetentje met de kinderen was al achter de rug; de spullen stonden klaar in de gang. Laat ik het vervolg samenvatten door te zeggen dat het sabbatical werd omgezet in ziekteverlof en dat mijn man en ik wel een half jaar hebben gereisd, maar dan metaforisch gezien, door de medische wereld. Gisteren zat ik bij de bedrijfsarts, om te bespreken of ik weer klaar was om les te geven. Ik vertelde dat ik even de klas in gegaan was om mijn mentorleerlingen te zeggen dat ik terugkwam, en dat ik meteen daarna de wc was ingedoken omdat ik moest huilen. Hij vroeg waarom en ik kwam niet veel verder dan ‘omdat ik dacht…ik ben er weer. Ze zaten ook allemaal zo lief te kijken.’ En toen wist ik het zelf ook weer. Ik ben nog niet de oude en zie op tegen de werkdruk, de stress rondom allerlei organisatorische veranderingen en de onvoorspelbaarheid van een klas. Ik ben bang dat ik focus mis en te emotioneel reageer als het tegenzit. Maar die school, dat is mijn plek. Werken met zo’n club vijftienjarigen, al die individuen die me nieuwsgierig maken en blijven uitdagen, vind ik het allermooist. En als ik dan hoor ‘Hééé mevrouw! Bent u er weer! We hebben u gemist!’ dan voelt dat net als toen met die gladde weg. Kom maar op, 2026.
